NON PROFIT

ngo-tataHet aantal NGO’s neemt toe als gevolg van de nieuwe politieke openheid in het land, aldus het onderzoek “Morocco Raises its Voice”. Ze spelen een belangrijke rol in de recente politieke ontwikkelingen. Ze organiseren burgers om voor zichzelf op te komen en dragen bij aan het publieke debat. Boven genoemd onderzoek beschrijft het ontstaansgeschiedenis en de aarde en het werk in de non-profit sector is gebaseerd op observaties, interviews en discussies met bestuurders, ambtenaren, journalisten, politici, studenten en vrijwilligers. De auteur Mary Joyce is een Amerikaanse communicatiestrateeg en heeft voor dit onderzoek een jaar in Marokko gewoond. Het onderzoek verscheen voor het eerst in het Engels. Deze Nederlandse samenvatting is beschikbaar gemaakt door de redactie van Souss,nl maar niet zonder wijziging in overleg met de auteur. Zo geeft het onderzoek bijvoorbeeld twee verschillende termen om een vrijwilligersorganisatie aan te duiden.  De eerste term is ontleent aan het Franse “Organisation Non-Gouvernementale” (Niet-Gouvernementale Organisatie).

Deze moderne vorm van non-profit komt het meest voor in Europese landen en in landen in Noord Amerika. De term is recent ingevoerd in Marokko maar de praktijk is langer bekend. De tweede term is ontleent aan het Arabische “Jam3iya” of “vereniging”. Voor de wet zijn beide vormen van organisatie een soort vereniging en dus een rechtspersoon. De statuten van de vereniging worden vastgelegd via een notaris. Ze beschrijven de naam van de NGO, de zetel, de rechten en de plichten van leden en bestuur, de doelstellingen, de manier van het bijeenroepen van de (leden) vergaderingen, de verkiezingen, het ontslag van bestuur, de middelen en wat ermee gebeurt in geval van ontbinding. In principe kan iedereen een eigen NGO beginnen. Dat is in de “wet op vereniging” zo’n vijftig jaar geleden geregeld. Maar in de praktijk was er tussen 1960 en 1990 altijd wel een reden om de oprichting te dwarsbomen. Naast NGO en Jam3iya zijn er ook anderen termen in gebruik. Maar die worden niet in het onderzoek genoemd. Voorbeelden hiervan zijn Tamunt, Tamesmunt en Agraw Dit zijn termen ontleent aan Tamazight en worden gebruikt in amazightalige regio’s. De betekenis is min of meer hetzelfde: vereniging opgericht door vrijwilligers om een algemeen belang te dienen. De reden voor het niet noemen van dit soort NGO’s in het onderzoek is dat de auteur de gesproken talen in het land niet beheerst. Daarnaast is het onderzoek, met uitzondering van enkele kleine plaatsen, beperkt tot een paar grote steden.

Een andere wijziging in de Nederlandse samenvatting is het gebruik van de term “grassroots”. Dit is een Engelse term om activiteiten te definiëren die aan het basis staan van een politieke of maatschappelijke verandering. In de Engelstalige wereld waar de term vandaan komt, betekent “grassroots” het feit dat burgers, en niet ambtenaren of beleidsmakers van de overheid, een initiatief nemen om een probleem op te lossen, vaak zonder tegenprestatie. In plaats van “Grassroots” gebruiken we in deze samenvatting de term “basisactivisme”.  Ten slotte het aantal NGO’s groeit gestaag en valt samen met een uniek moment in de geschiedenis van het land. In 2011 is gestemd op een nieuwe grondwet die meer vrijheid van organisatie zou garanderen voor iedereen ongeacht zijn of haar taal, afkomst of politieke voorkeur. Het onderzoek is in 2005 afgerond maar geeft nog altijd een aardig idee over de wereld van de NGO’s. Het spreekt voor zich dat verouderde informatie, niet meer bestaande contactgegevens en dode links op zijn weggelaten. Het onderzoek is, zo verzekert de auteur, een document in wording, een open project voor iedereen die kan helpen met actuele informatie.

De website van de onderzoekster
De Nederlandse samenvatting van het onderzoek

sommige auteursrechten voorbehouden (cc) souss.nl - souss.org 2005 - 2017