Trijntje Oosterhuis in Marokko

oosterhuisTrijntje Oosterhuis zet zich graag in voor goede doelen. Voor een project van UNICEF ging ze naar Ouarzazate. “Ik zet me heel graag in voor Unicef. Ik ben namelijk Special Representative van Unicef en daarvoor ga ik graag op veldreis naar derdewereldlanden, om met mijn eigen ogen te zien wat Unicef kan bijdragen. Maar veel tijd was er niet afgelopen jaar, mede door de geboorte van mijn zoon Jonas. En echt veel tijd heb ik nu ook niet – niet nu mijn plaat uit is en er twee shows in de Heineken Music Hall voor de deur staan.

Maar Unicef kwam met een idee: een korte veldreis naar Zuid-Marokko voor een project over onderwijs, samen met RTV West, de regionale radio- en televisieomroep van Zuid-Holland. Die zal er een reportage van maken die tijdens een fondsenwervend programma voor Unicef op 22 december zal worden uitgezonden.

Den Haag is dit jaar ‘Unicef Stad’, wat inhoudt dat de Gemeente Den Haag een jaar lang samenwerkt met Unicef. Onderwijs is het centrale thema waarvoor Den Haag aandacht vraagt. Er wordt geprobeerd zoveel mogelijk geld op te halen voor onderwijsprojecten in Marokko, Turkije en Suriname.

Zondag 24 oktober
Het wordt een zware dag – dat is wel duidelijk. Ik vlieg vandaag met de crew van RTV West (presentator Jeffrey Huf en geluidsman Kees van der Knaap) via Amsterdam naar Casablanca. Daar moeten we zes uur wachten, dan per vlucht naar Ouarzazate, om vannacht nog eens drie uur in de auto te zitten naar de zuidelijke stad Zagora, gelegen in de regio ‘Souss Massa Draa. Lenneke Müller van Unicef Nederland en cameraman André van Niekerk zijn daar al. De afgelopen dagen hebben ze een aantal dorpjes en scholen bezocht, waar Jeffrey en ik de komende dagen kinderen gaan interviewen.

In het vliegtuig naar Casablanca neem ik de plannen voor de reis nog eens door. Kortweg komt het project erop neer dat Marokko met de steden Marakech, Casablanca, Tanger en Rabat behoorlijk modern is, maar in de gebieden erbuiten in het geheel niet. Zagora, dat een voorstad is van de Sahara-woestijn, is zo’n buitengebied. Het onderwijs dat de kinderen daar krijgen is in de ogen van Unicef voor verbetering vatbaar, al was het maar omdat het erg traditioneel is: rijtjes opdreunen en weinig interactie met elkaar en de leerkrachten. De leraren weten waarschijnlijk ook niet beter. Ook de omstandigheden in de schooltjes zijn niet best. Unicef heeft als doel 60.000 kinderen in Zuid-Marokko aan beter onderwijs te helpen. Een ambitieuze doelstelling, die ik volledig onderschrijf. Maar daar is wel veel geld voor nodig. Wie weet dat Jeffrey en ik de mensen in Den Haag en omgeving ervan kunnen overtuigen om daar iets aan bij te dragen.

Op het vliegveld in Casablanca wordt ons al snel duidelijk dat zes uur wachten toch echt zes keer een uur is. En dat is lang. Ik stel voor aan Jeffrey en Kees om de tussenstop te gebruiken om met de trein naar het centrum van de stad te gaan. Casablanca – het is een prachtige naam, wie weet is het ook wel een mooie stad. Een witte wijn of een koud biertje op een terras, dat zal de tijd wel doden. Maar in Casablanca is nauwelijks een terras te bekennen. De reden: Ramadan! De Marokkanen mogen tussen zonsopkomst en zonsondergang niet eten en drinken, dus van gezelligheid in de binnenstad is geen sprake. Terrasstoelen staan opgestapeld en cafés zijn dicht. Om toch iets te zien, stappen we maar in een taxi voor een site seeing tour door de stad. Ik ben op veel plaatsen geweest in de wereld, maar nog nooit in een Arabisch land. Het bekende beeld van televisie en van foto’s uit kranten dient zich aan: moskeeën, mannen in djellaba’s en gesluierde vrouwen. We zijn de komende dagen in een andere wereld. Er zijn drie uur om als we weer terug zijn op de luchthaven.

Maandag 25 oktober
Ik word wakker uit een diepe slaap. De nacht was kort. Van Casablanca naar Ouarzazate gereden, toen nog met de auto in het donker naar het hotel in Zagora. En snel in slaap gevallen. Van mijn vorige Unicef-veldreis in het West-Afrikaanse Benin, weet ik dat het aanpoten wordt. Vroeg op, laat naar bed en hard werken in de zinderende hitte. Om negen uur ontbijten we met de hele ploeg, inclusief tolk Touria Barakat van het Unicef-kantoor in Marokko. Nu het licht is zie ik wat voor prachtige ambiance het hotel heeft. Hier heersen Arabische sferen, met steentjes en trapsgewijs metselwerk. Als je op je slippers loopt, voel je dat overal een flinterdun laagje roodzanderig stof ligt. Het is het zand dat permanent neerdaalt uit de Sahara-woestijn. We moeten gaan, de jeep staat buiten al te wachten voor een bezoek aan een van de afgelegen dorpjes.

In de auto praten we over wat ons te wachten staat. Lenneke zet de punten nog eens op een rijtje. Het aantal kinderen tussen de 6 en 11 jaar dat in Marokko naar school gaat is de afgelopen zes jaar spectaculair gestegen van 73 procent in 1998 naar 92 procent in 2004. Ook op het platteland, waar voorheen veel meisjes niet naar school gingen, is veel vooruitgang geboekt; in 1998 volgde slechts 54 procent van de kinderen onderwijs, vorig jaar was dat al 83 procent. Dat komt voor een groot deel door de inzet van Unicef, maar ook door de Marokkaanse regering en niet te vergeten de lokale hulporganisaties. Het is bemoedigend om te horen, zoveel extra kinderen naar school! Maar kan nog veel verbeterd worden. Jeffrey en ik zullen deze week ons steentje bijdragen!

Als we in het dorpje aankomen, ontmoeten we veel kinderen die we proberen te interviewen. Het verhaal van een 15-jarig meisje, Rahma geheten, treft me. Ze laat ons binnen in haar huis, dat net als de andere huizen in het dorp van klei is gebouwd. Binnen vertelt ze dat ze met z’n zessen in één kamer op matjes op de grond slapen. Het lijkt haar niet te deren – ze weet immers ook niet beter.

We gaan zitten en krijgen dadels, amandelen en mintthee met suiker. Zelf neemt Rahma niets vanwege de Ramadan. Gek eigenlijk dat wij wel eten, terwijl zij aan onthouding doen. Maar goed, ik ben geen moslim en we genieten van de gastvrijheid.

Rahma zegt dat ze pas op haar negende voor het eerst naar school ging, omdat haar vader dat niet eerder toestond. Pas na de scheiding van haar ouders en de verhuizing van haar moeder vanuit de bergen naar dit dorpje, kon ze eindelijk wel naar school. De achterstand heeft ze ingehaald en daarmee is ze een voorbeeld voor de anderen in de klas. Het wordt duidelijk dat haar verhaal staat voor honderden andere Marokkaanse meisjes die traditioneel worden opgevoed, ver weg van school en leerkrachten.

Als we rond half zes besluiten dat het tijd is om naar Zagora terug te keren, is de zon bijna onder. Eindelijk kan er worden gegeten! Onze chauffeurs zeggen daarom dat ze willen wachten met het vertrek. Hun maag knort. Dus voordat we in de auto stappen, eten we eerst met z’n allen een echte Ramadan-maaltijd.

Dinsdag 26 oktober
Hoewel de dagen hier vroeger beginnen dan ik in Nederland gewend ben, word ik energiek wakker. Ik heb er echt zin in! Wie krijgt nu de kans om zich zomaar een paar dagen onder te dompelen in een andere cultuur, en dan niet als toerist die vaak alleen een land oppervlakkig meemaakt, maar echt tussen de mensen! Ik snuif de sfeer op en adem het in. Ik had gisteren al gemerkt dat er wel een groot verschil is met mijn vorige veldreis naar Benin, ook qua cultuur. Daar waren de kinderen in de dorpen uitbundig, spontaan en uitgelaten. Ze renden ons achterna en zongen en klapten, nog voordat ik ze daartoe had aangespoord. Hier, in het zuiden van Marokko, lijkt iedereen toch wat gereserveerder, op het verlegene af. Natuurlijk, we komen niet in normale omstandigheden. We rijden met twee jeeps het terrein op, in onze westerse kleren en met allerlei cameraspullen. Logisch dat ze moeten wennen. Toch komt het ook door een cultuurverschil. Marokko mag dan in Afrika liggen, en dit gedeelte mag dan grenzen aan de woestijn van Mauritanië en Senegal – de bekende Afrikaanse spontaniteit ligt hier niet aan de oppervlakte. Het is ook een van de redenen waarom we een beetje achter op schema liggen. Tijd gaat voorbij, zonder dat de camera draait. Dat is niet erg; je bent te gast bij mensen en we willen niet ‘even wat ophalen’. We willen juist echt tot de mensen doordringen en de tijd voor ze nemen, ze begrijpen.

Dat is niet zo eenvoudig. De kinderen blijven verlegen, mijn gebrekkige Frans draagt daaraan ook niet echt bij. En het vertalen van de lokale Berber-taal naar het Engels via onze tolk Ali haalt jammer genoeg een hoop van de spontaniteit uit het gesprek met de meisjes weg. Toch zijn er kleine dingen die grote indruk maken. Als ik aan een meisje met de naam Touda vraag of ik haar tas met schoolspullen mag zien, loopt ze weg, om met lege handen terug te komen. Ze oogt duidelijk ongemakkelijk en verlegen en heeft blosjes op de wangen. Wat blijkt: haar schoolboeken waren vandaag in gebruik door haar broertje – ze kan dus niets laten zien. Het is een klein voorbeeld uit de praktijk, dat direct inzicht geeft in de noodzaak voor Unicef om in Marokko het onderwijs te helpen. Het gaat Unicef vooral om het verbeteren van de kwaliteit: hoe kan het onderwijs worden verbeterd zodat steeds meer kinderen naar school gaan en hoe kan ervoor gezorgd worden dat er minder lessen uitvallen en er gelijke kansen zijn voor jongens en meisjes. Maar even belangrijk zijn natuurlijk de ogenschijnlijk simpele zaken als goed lesmateriaal, boeken, potloden en pennen.

Woensdag 27 oktober
Vandaag de derde en laatste velddag. Niet te geloven dat ik morgenavond alweer in Maarssen sta op te treden, terwijl ik nu nog in de Sahara van Zuid-Marokko zit. In deze streek is er echt heel erg weinig. Het heeft niet de moderne sfeer van Marrakech, waar een Marokkaanse vriendin altijd zo lovend over is. Dat schijnt een fantastische stad te zijn, voor elk wat wils. Hier is echt… niets. Mannen rijden vaak op ezels, in de zijwaartszit. Jochies voetballen bij gebrek aan ballen met kleine emmers en doen dat op slippers of blote voeten en de vrouwen hullen zich in zware kleden, twee of drie lagen over elkaar – je zou het er warm van krijgen, terwijl zij juist de zon buiten proberen te houden.

Cameraman André hamert er bij het ontbijt al op: vandaag moeten we het materiaal filmen dat we maandag en dinsdag hebben laten liggen. Het is onze laatste kans, anders wordt de reportage niet zoals we dat zouden willen. Duidelijk is dat drie dagen natuurlijk veel te kort zijn voor een project als dit. Je kunt wel voor de camera zeggen dat slechts 17 procent van de kinderen uit groep vier de basisvakken onder de knie heeft (minder dan 1 op 5!) en dat veel kinderen voortijdig de school verlaten – maar het is natuurlijk verreweg het beste als we zoiets de leerlingen en leerkrachten zelf kunnen laten vertellen. De tijd zit ons op de hielen, de zon brandt – laten we maar gaan!

Vandaag gaan we naar schooltjes die door Unicef zijn gesteund. Wat direct opvalt, is het pure enthousiasme van de leerkrachten – vooral mannen trouwens. In een omgeving waar niet veel is, zijn de leraren degenen waar de kinderen zich aan spiegelen. Als je de kinderen vraagt wat ze later willen worden, is het negen van de tien keer: “leraar!” Voor hen is dat vak veel meer aansprekend dan arts, chirurg of piloot – daarmee komen ze immers nauwelijks in aanraking. Met leraren wel. Ze zijn, hoe gek dat ook klinkt, een soort oudere broers. Die zijn dichtbij en helpen ze met het vergaren van kennis. Het lijkt erop alsof de kinderen zich ook fanatiek gedragen om vooruit te komen.

De school is hier – zo lijkt het vanmiddag althans – een uitje! Unicef heeft in deze school geholpen met de bijscholing van de leraren. Het zijn jongens uit het zuiden die in de stad een opleiding hebben gevolgd, gefinancierd door Unicef en de Marokkaanse overheid. En hun enthousiasme slaat over op de jeugd.

Donderdag 28 oktober
Gisteravond zijn we al met de auto naar Ouarzazate gereden en hebben we ingecheckt in een hotel pal naast het vliegveld. Ik word wakker om half vier ’s morgens (!), om kwart over vier is het al verzamelen in de lobby. Via Ouarzazate vliegen we naar Casablanca en vanaf daar moeten we naar Amsterdam. Het vliegveld in Casablanca kennen we nog van de uren die we er zondag doorbrachten – alsof we al thuis komen. Ik koop twee djelabba’s, want daar ben ik in Zagora door tijdgebrek simpelweg niet aan toegekomen. Het is vast lekker om daarin op zondagmorgen door het huis te banjeren. Tijdens het wachten in de gate, zie ik een bekend gezicht: Hind! “Wat doe jij hier!,” lachen we elkaar toe. Ze is tijdens de Ramadan op bezoek geweest bij haar Marokkaanse familie in Tanger, samen met een vriendin. Ik vertel over de belevenissen in het zuiden, een plaats waar ook Hind nog nooit is geweest. Zelfs voor Marokkanen is het zuiden een godverlaten steppe.

Voor we het vliegtuig instappen, horen we over de elf doden in een uitzetcentrum voor asielzoekers op Schiphol. Vreselijk. We vernemen ook het positieve nieuws, over de ruim twintig miljoen euro die is opgehaald tijdens de giro 800800-actie voor Pakistan. Ben benieuwd welk bedrag RTV West, Jeffrey en ik voor het onderwijs in Marokko bij elkaar kunnen boksen. Op 22 december weten we het, dan wordt het fondsenwervende programma in samenwerking met ‘Den Haag Unicef Stad’ op RTV West uitgezonden.

Met dank aan Lenneke Müller.
Unicef Nederland:
www.unicef.nl



About

H. Amouch, webredacteur met passie voor reizen en sport. Ook jouw bijdrage op deze website? Laat het ons weten via admin (at) souss punt org.


'Trijntje Oosterhuis in Marokko' has no comments

Reageer op dit artikel

sommige auteursrechten voorbehouden (cc) souss.nl - souss.org 2005 - 2017