Nationale Dag van Respect

soetendorpHonderd basisscholen in Nederland doen mee aan de Dag van Respect. U was zelf op een Zwolse basisschool om te pleiten voor deze dag. Stelt u eens voor dat u op een basisschool met Marokkaanse scholieren gaat praten, wat gaat u hen vertellen?

Ik was twee jaar oud toen de Duitsers in 1944 ons huis binnenvielen. Een Duitse officier zag mij en zei: “Wat jammer dat het een Joodse baby is”. Mijn vader antwoordde: “Ik ben zo blij dat het geen kind is van moordenaars.” Hij werd afgevoerd en ik werd in een pleeggezin geplaatst. Er was een hele samenzwering van goedheid nodig geweest om een baby te redden. Hoop bestaat zelfs in de diepste donkerte van de aarde. Het gezicht van een huilende baby heeft volkomen onbekende mensen aangezet tot zelfopoffering, liefde en respect voor het leven.

Ik heb eens op een middelbare school in Friesland de kinderen gevraagd: “Hebben jullie wel eens met discriminatie te maken?” Een jongen stak zijn hand omhoog en zei: “Ja, een klasgenoot noemde mij “kankerjongen”. Dat deed zoveel pijn omdat mij opa aan kanker is overleden.” Ik zei: “Dat is moedig van je om dat nu te zeggen.” Hij zei: “Nou er is nog iets. Die jongen zit hier ook in de klas.” De betrokken jongen stond op en zei: “jij bent begonnen. Jij hebt een ijspegel naar mijn oog gegooid.” Voor kinderen van elf, twaalf jaar, is dit een onschuldige ruzie. De een provoceert. De ander reageert. Beide moeten rekening houden met wat ze doen.

Iedere mens verdient respect. Dat is het basisgevoel dat de ander ook een fatsoenlijke toekomst mag hebben. Niemand mag onheus bejegend worden. Ik herinner me het verhaal van een andere jongen op school. Hij zei: “Ik kwam thuis en las op het hekje van onze tuin een gekerfd woord “vuile antisemiet”. Ik denk dat ik wel weet hoe het komt. Ik kom uit Turkije. Daarom denken ze dat ik moslim ben en dus automatisch anti-joods. Maar ik ben een christen.

En dat weten ze niet. Maar ook als ik moslim was, dan zullen ze denken: omdat ik een moslim ben, ben ik automatisch anti-joods.” Dat is een voorbeeld uit de beschamende werkelijkheid. Een Marokkaanse studentenorganisatie heeft me een keer uitgenodigd. Ik sprak over religieus onderwijs waar ik een voorstander van ben. Ik zat naast een dominee en een imam. Dit soort bijeenkomsten zijn nuttig al is het maar een keer per jaar. Mensen die bij elkaar komen om te praten: “waarom ben ik een moslim? Waarom ben ik een christen? Waarom ben ik een jood?”

Het is ook nuttig om te praten over onderwerpen waar we het misschien niet altijd eens zijn. Ik was eens op een conferentie over de vrede in het Midden Oosten. Mijn Israëlische gastvrouw stelde me aan iemand voor: “O, deze moet u zeker ontmoeten. Deze is een Palestijnse.” Ze ging weg en liet ons in een lege kamer achter. De Palestijnse vrouw doorbrak de ongemakkelijke stilte en zei: “Jij hebt mij droom vermoord.” Ik kon door de plotselinge confrontatie niets zeggen. Ik liep niet weg maar zei ook niets. Ik kon alleen maar denken aan wat ze over mij weet. Voor haar ben ik een jood, misschien wel een Israëliër, een agressor. En over haar wist ik ook niet veel behalve dat ze Palestijnse vrouw was. Misschien is ze moslim of misschien christen. Toen ik niet antwoordde, ging zij door:”Jij hebt me zo teleurgesteld.” Ze sprak me aan alsof ik een vertegenwoordiger was van de Israëlische regering. “Weet je wel wat het betekent om zo helemaal uitgekleed en onderzocht te worden op explosieven zoals met mij is gebeurd op het vliegveld van Tel Aviv?”

Ze was een jonge medewerkster van het overleg in Oslo over vredesonderhandelingen. Ik  wilde weer even naar voren komen: “Het is toch niet alléén Israël. Het moet van twee  kanten komen. Denk ook aan de aanslagen.“ Maar ik werd zo moe. Moe van al die discussies die we jaar na jaar hebben gevoerd. Ik luisterde alleen maar de hele tijd naar haar verdriet en zei: “Het is een strijd tussen recht en recht. Beide volken hebben recht op eigen bestaan.”  Het is niet makkelijk om een hand te steken naar iemand die tegen je schreeuwt. Het is alsof je je hand door een muur heen wil steken. Dat lukt niet. Maar belangrijker, wij mogen de problemen van het Midden Oosten niet naar onze samenleving importeren. Dat gaat ten koste van de sociale vrede.

U bent ook op internationaal niveau actief voor vrede en tegen discriminatie en uitsluiting. Echter, ook in de wijde wereld van de volwassenen neemt intolerantie eerder toe dan af. Wat doet u eraan?
Ik heb mij aangesloten bij bewegingen om het gevoel van solidariteit en medeleven waar ook ter wereld bij te staan. Je wordt inderdaad geconfronteerd met gebrek aan respect. De behoefte om veilig naast elkaar te bestaan, botst soms met elkaar. Kunnen we daar iets aan doen? Zeker. Worden er fouten gemaakt? Zeker, aan alle kanten. Komen we eruit? Dat is een lange weg.  In dat opzicht neem ik actief deel van een internationale groep die zich bezig houdt met intensieve gesprekken over vrede en solidariteit in de wereld. De koning van Marokko en veel mensen uit de politiek, de religie en de cultuur werken daar ook krachtig aan mee.  In de essentie is het voor mij een verrijking om met de islam in contact te zijn. Als we elkaar ontmoeten, dan denken we natuurlijk ook aan andere onderwerpen zoals het Midden Oosten. Maar we praten er niet over. We vinden het een beetje moeilijk, misschien zelfs gevaarlijk omdat het tot confrontaties kan leiden. Maar ik begin bewust het gesprek aan. Ik vertel dan mij verhaal over dingen die met mij zijn gebeurd.

Respect tonen in de samenleving, bij spoed en tegenspoed, is niet makkelijk. Op het moment dat je wordt gediscrimineerd, heb je het niet makkelijk. Ik ben als Jood vervolgd geweest. In mijn visie van het Jodendom, sta ik in de samenleving voor respect voor christenen, moslims, hindoes, boeddhisten, humanisten … Ze mogen hun waardigheid behouden en versterken. Moslims zijn aanhangers van een religie die ik in de loop der jaren heb leren kennen. Wat me bijblijft, is dat het een religie is van vreedzaamheid. Net als andere spirituele tradities. Het roept op tot het doen van het goede, het helpen van de ander en het werken aan vrede.

De teksten zijn net als in de Bijbel en de Thora. Ze zijn geïnspireerd door de Almachtige maar geschreven door mensen uit een andere tijd. We dienen daar rekening mee te houden bij het lezen en interpreteren ervan. Er zijn dus een aantal teksten die wij in de juiste context moeten begrijpen. Dat geldt voor ons joden, voor christenen en voor moslims.  Maar religieuze passie is net als de oerelementen van de natuur. Zonder water en vuur kun je niet leven. Maar te veel water en vuur kunnen verwoestend zijn. Dat geldt ook voor spirituele tradities. Wij kunnen niet zonder religie leven. Maar agressieve, intolerante uitingen van religie kunnen ook verwoestend zijn.



About

H. Amouch, webredacteur met passie voor reizen en sport. Ook jouw bijdrage op deze website? Laat het ons weten via admin (at) souss punt org.


'Nationale Dag van Respect' has no comments

Reageer op dit artikel

sommige auteursrechten voorbehouden (cc) souss.nl - souss.org 2005 - 2017