Ahmed Assid over extremisme

assidMoeten wij extremistische partijen verbieden?
Het verbieden religieuze partijen kort na de aanslagen van Casablanca is naar mijn mening uitermate opportunistisch.
Wij hadden deze vraag eerder moeten stellen toen de eerste Islamitische partij in Marokko werd opgericht. De Marokkaanse Wet verbiedt het oprichten van politieke partijen op grond van religie. Vandaag is het PJD (Islamitische Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling, red.) een legitieme partij. Het is nu niet meer mogelijk om het te verbieden. Wat we moeten hopen is de mobilisatie van de “Civil Society” om deze partij de weg af te snijden om meer schade aan te brengen.

Waar zou de schade van deze politieke partijen uit bestaan?
Wanneer een politieke partij zichzelf als enige hoeder van de “waarheid” ziet, wanneer een partij zijn eigen “waarheid” als absoluut en onbespreekbaar gaat verkondigen dan is dat een regelrechte bedreiging voor andere meningen. Vandaag de dag wordt veel onrecht aan duizenden Marokkaanse vrouwen gedaan. In het familierecht zoals beschreven in de Mudawana (Marokkaans Wetboek, red.) staan bepaalde zaken scheef. Het is niet meer van deze tijd. De Islamisten verdedigen hartstochtelijk deze ouderwetse wetten. Ze zien in de letterlijkheid van de teksten de absolute en onbespreekbare “waarheid”. Voor hen zijn de teksten heiliger dan de menselijke waardigheid van de vrouwen. Het gaat hen om de teksten aan zich niet om de evolutie van de maatschappij als geheel.

Als onze menselijke waardigheid onder druk staat, wat hebben we dan aan theologische wetten in teksten? In deze zin zijn Islamitische partijen als het PJD sociaal gezien alleen maar schadelijk.Zijn de Islamisten antidemocraten?Als we het geval van Al Adl wa Al Ihsane (Gerechtigheid en liefdadigheid, politiek religieuze beweging; nvdr) bekijken dan zien we dat ze een maatschappijmodel nastreven waar geen vrijheid bestaat. Ze willen een politiestaat vestigen waar geen plaats is voor meningsverschil en vrije keuzes. Hun ideoloog Yassine schrijft dat om een debat aan te gaan er geen ander referentiekader mogelijk is dan religie. Wanneer een dergelijk iemand zegt dat hij vooraf gelijk heeft voordat het debat begint is een echt debat onmogelijk. Dit is moeilijk in een democratie te plaatsten.

In zijn laatste boek schrijft hij: “Ik ben liever een soldaat dan een denker”. Hij geeft duidelijk de voorkeur aan impulsief en ondoordacht handelen. Actie gaat bij hem vóór reflectie en goed nadenken. Hetzelfde geldt voor het PJD. Neem hun houding ten opzichte van de Mudawana. Er is tot nu toe geen echt debat van de grond gekomen over de miserabele situatie waar veel vrouwen leven. Het debat wordt al getorpedeerd voordat het begint. Hun strategie bestaat uit vooroordelen en demagogie. Ze beweren bijvoorbeeld dat de vernieuwing van het familierecht in Marokko een Westers project is om de islam schade aan te brengen.Trouwens deze Islamisten hebben een brede steun gevonden bij de Minister van Islamitische Zaken. Een kwalijke zaak. De positie van de Makhzen is hier onduidelijk. En ik zeg erbij dat de koning in zijn hoedanigheid als religieuze en politieke leider in staat is deze kwestie door te lichten. Hij heeft de macht om de vernieuwing van de Mudawana door te voeren.

Is er iets veranderd in de houding van het PJD na haar verschijning op het politieke toneel, de verkiezingsoverwinning en vooral na de aanslagen van 16 mei?
In het begin was de houding van het PJD bescheiden. Ze legden de nadruk op het vermijden van negatieve ervaringen uit het verleden van sommige groepen zoals de “Shabiba islamiya” (Islamitische Jeugd, red.) van Abdelkrim Moutii. De gevestigde orde wilde deze partij niet op de politieke arena toelaten. De Makhzen heeft voorgesteld om mee te doen onder de paraplu van Abdelkrim Al Khatib, een dienaar het systeem. Toen begon het PJD te radicaliseren. Deze radicalisering vertoont gelijkenissen met de Hizb An-Nahda (Partij van de Wederopstanding, red.) in Tunesië en het FIS (Islamitisch Heilfront, red.) in Algerije. En dat is schrikbarend.Radicalisme leidt nergens naartoe. In Tunesië zag de President Ben Ali zijn kans schoon om alle macht naar zich toe te trekken. Hij profileert zich als beschermer van het volk tegen het oprukkende religieus radicalisme. Het resultaat is dat Tunesië een politiestaat werd.

Het establishment heeft gebruik gemaakt van de radicale politieke islam om haar tegenstanders politiek monddood te maken. De Islamitische partij An-Nahda heeft het democratische proces in Tunesië getorpedeerd.Is dit ook in Marokko het geval?Natuurlijk. De toespraak van de eerste Minister en van overige overheidsdienaren na de aanslagen is onheilspellend. De Minister wil ons overtuigen dat de staat hard terug zal slaan als de stabiliteit van het land in het geding komt. Hij gebruikt het terrorisme als voorwendsel om de vrije hand te krijgen voor repressie en tegengeweld. Wij krijgen dan dezelfde situatie als in Tunesië. Daarom moeten wij onze krachten bundelen. We willen niet terug in de tijd. Wij moeten vooruit. Wij mogen onze verworven politieke vrijheden niet verliezen.

Is het bestaan van Islamitische bewegingen verenigbaar met het monarchale politieke systeem waarin de rol van de koning als politieke en religieuze leider in de Grondwet staat beschreven?
Wij leven in een tegenstelling waar iedereen mee worstelt. Islamitische bewegingen proberen deze tegenstelling op hun eigen manier op te lossen. De positie van een beweging als “Al Adl wa Al Ihsan” is het meeste opvallende. Yassine (1928-2012), de leider van deze beweging, baseert zijn interpretatie op een Hadith (een overlevering van de Profeet) uit de tijd van de Omayaden (begintijd van de islam, red.). Uit die Hadith maken we op dat de Khilafa (het politieke en religieuze leiderschap bij de eerste Moslims) ongeveer 30 jaar duurt. Daarna komt er een dictatoriaal systeem dat weer door een definitieve Khilafa wordt gevolgd zoals uit de tijd van de Profeet. Yassine ging zijn eigen ideologie op deze Hadith borduren. Hij leert zijn aanhangers dat ze de opvolgers zullen zijn van de monarchie in Marokko. In deze zin is de ideologie van “Al Adl wa Alihsan” niet verenigbaar met het bestaande systeem.

Het PJD geeft schoorvoetend toe dat de politieke en religieuze leiderschap wel in handen zijn van de koning. Maar het onderschrijft tegelijkertijd dat de koning te modern leeft om een echt religieuze leider aan te blijven. Hij is geen imam, maakt geen deel uit van de orde van de oelemas (religieuze geleerden) en is onbevoegd om fatwa’s uit te spreken. Toch beschouwt het PJD zichzelf als een onderdeel van het politieke systeem zoals wordt gedicteerd door de Makhzen. Maar dat doen ze louter om tactische redenen.

Is de tijd niet rijp om de kwestie van scheiding tussen politiek en religie aan de kaak te stellen?
In een maatschappij waarin scheiding bestaat tussen religie en politiek wordt de verhouding tussen de burger en de staat uitsluitend door de Wet geregeld. Alleen het burgerschap van het individu als lid van de maatschappij telt. Religie en spiritualiteit worden overgelaten aan de keuze van het individu zelf. Er is geen hogere orde die zich met deze individuele keuze bemoeit. In ons geval moeten we prioriteiten stellen. Wat vinden we belangrijker, een systeem waar iedereen vrij is om keuzes te maken of een systeem waar iedereen op iedereen let? Vrijheid of totalitarisme? Religie of actief burgerschap? Religieuze riten kunnen geen maatstaf zijn voor de inzet van de burgers in het ontwikkelen van zichzelf en van hun land. Met ander woorden: religieuze rituelen als het dagelijkse gebed hebben geen toegevoegde waarde behalve voor de praktiserende gelovige zelf. Dat is een daad uit individuele overtuiging waar de rest van de maatschappij geen baat bij heeft. We moeten de scheiding tussen politiek en religie in dit kader zien te begrijpen. De partijen in Marokko gaan het debat over secularisme uit de weg. Ze zien in de koning de enige gevolmachtigde die namens de islam kan praten. Ze denken dat ze de koning goed kunnen gebruiken tegen de opmars van religieus extremisme.

Wat denkt u hierover?
Het is van vanzelfsprekend dat alle politieke partijen de historische verantwoordelijkheid hebben om deze kwestie aan te kaarten. Ze hebben de taak ons land moderner en democratischer te maken. Ze moeten de politiek van de Makhzen beïnvloeden en tegelijkertijd het hoofd bieden aan religieus extremisme. Maar toen de Amazigh beweging tegen het terrorisme demonstreerde en de scheiding van religie en politiek naar voren bracht werden we door de Istiqlal (rechts) en de USPF (socialistisch) bekritiseerd. Al deze partijen wilden het debat niet aangaan in naam van politiek pragmatisme en stabiliteit. Ze nemen geen duidelijk standpunt in. Ik vind hun kritiek op de voorstanders van de scheiding tussen politiek en religie niet in het belang van het land. Ze streven geen nieuwe maatschappelijke orde na. Ze hebben geen duidelijke politieke projecten.

Dat is toch het PJD die andere politieke partijen er van weerhoudt om het onderwerp van scheiding tussen religie en politiek aan te snijden?
Onze situatie is het resultaat van een cultuur waar weinig ruimte bestaat voor respect en tolerantie. Laten we de haat tegen de joden als voorbeeld nemen. Aan de ene kant is deze haat het resultaat van het opkomende religieus extremisme van de laatste tijd. Maar laten we ook niet vergeten dat de haat tegen de joden altijd al in de volksverbeelding heeft bestaan. De cultuur van alle dag is doordrenkt van haat en intolerantie. Religie is door haat gecorrumpeerd. Men gebruikt religie om haat te kweken en te ventileren tegen iedereen die niet moslim is.

De oelemas (de religieuze geleerden, red.) hebben hier een grote verantwoordelijkheid in. De cultuur van haat bestond dus al voordat het PJD op het toneel verscheen. Op school worden de kinderen heel jong geïnfecteerd. Ze krijgen lessen in zogenaamd “islamitische opvoeding”. Er wordt hen geleerd dat de islam beter is dan het kapitalisme en het communisme samen. De uiteindelijke conclusie is dat de islam de enige oplossing is voor alle problemen van de mensen op aarde. Met andere woorden duizenden jaren geschiedenis van uiteenlopende niet-moslim beschavingen hebben niets voortgebracht. Dit is natuurlijk dwaas en ongegrond. Ik noem dit voorbeeld uit het onderwijssysteem om te laten zien dat het wel heel erg simpel wordt gemaakt voor extreem islamitische bewegingen om leerlingen te manipuleren en rekruteren. Waar waren de politieke partijen in de laatste 30 jaar om hier iets aan te doen? Waarom hebben ze dit soort onderwijssysteem altijd gesteund? Waarom grijpt de Marokkaanse overheid niet in om het onderwijs te hervormen en te moderniseren?

Het onderwijssysteem is dus volgens u verantwoordelijk voor het kweken van religieus extremisme?
Het Marokkaanse onderwijssysteem is failliet. Dat heeft twee verklaringen. De eerste ligt in de aarde van het politieke systeem in Marokko zelf. De tweede ligt in ons onvermogen om de islam te vernieuwen. Het regime in Marokko heeft een dualistische staat van het Franse kolonialisme overgeërfd. Lyautey (Résident Général, Franse hoge functionaris aangesteld tijdens het Protectoraat tussen 1912 en 1956,  red.) heeft een modern staatsbestel opgebouwd naast het al oude bestaande traditionele Makhzen. Toen het land onafhankelijk werd is het oude systeem in de huid van de moderne erfenis van de Fransen gekropen. Het moderne onderwijssysteem is op dezelfde manier ontstaan. De vorm is modern maar de inhoud sluit niet aan bij de geest van onze tijd. Het resultaat is een verbasterde vorm van onderwijs dat nog modern nog traditioneel is. Het is zelfs niet op het oude systeem van Qarawiyin (oude universiteit van Fés, red.) geïnspireerd.

Op school krijgen de leerlingen modern wetenschappelijk onderwijs. Maar religie krijgt overal de bovenhand alsof alle theoretische en universele vraagstukken per definitie een religieuze zaak zijn. De leerlingen worden onzeker. Ze twijfelen aan wat ze leren.Wij moeten de islam moderniseren en niet de moderniteit islamiseren. De ontwikkeling van de religie moet in haar historische en sociale context worden herzien. Het theologische begrip “ijtihad” (het interpreteren van een tekst, wet of verhandeling al naar gelang de omstandigheden, red.) spoort aan om de religie aan te passen aan de moderne tijd.

Alle islamitische bewegingen die de begintijd van de Islam zien als voorbeeld, noemen zichzelf Salafisten (komt van het Arabische woord “salaf”, de voorouders, red.). Ze hebben gemeen dat ze het verleden altijd beter beschouwen als het heden. Dat is de reden waarom ze het prediken van de morele waarden uit de begintijd van de islam hun voornaamste doel zien. Ze willen het moderne leven aanpassen aan de tijd van de verre voorouders. Het is onze taak als “Civil Society” om hierop te reageren. Maar wij staan er alléén voor. Wij hoeven niets van de gevestigde politieke partijen te verwachten. Ze zijn enkel bezig met hun eigen politieke programma s en belangen. Ik heb de indruk dat ze op het gebied van de vernieuwing van de islam weinig hebben om in te brengen.

(Bron: Le Journal hebdomadaire, 2003. Nederlandse bewerking: Redactie)



About

H. Amouch, webredacteur met passie voor reizen en sport. Ook jouw bijdrage op deze website? Laat het ons weten via admin (at) souss punt org.


'Ahmed Assid over extremisme' has no comments

Reageer op dit artikel

sommige auteursrechten voorbehouden (cc) souss.nl - souss.org 2005 - 2018