Gesprek met Mohamed Chafik

chafik1U was lange tijd dicht bij het centrum van de macht geweest zonder uw geloofwaardigheid bij uw achterban op het spel te zetten. Hoe heeft u het voor elkaar gekregen?
Ik was dicht bij het centrum van de macht maar ik heb nooit privileges aanvaard. Toen ik rector werd van het IRCAM (1) heb ik geweigerd om ervoor te worden betaald. Ik had geen dienstauto, chauffeur of onkostenvergoeding. Niet dat ik rijk ben. Maar ik heb het gedaan om niet de indruk te wekken dat ik achter materiële privileges aanging. Ik ben sinds het begin van de jaren 60 altijd voorzichtig geweest.Toen het hoofd van het Koninklijke Kabinet, Dhr Hammedi, mij heeft gevraagd om voor Hassan II te komen werken, heb ik hem nadrukkelijk gevraagd om zijn baas te informeren dat ik ideeën heb die niet helemaal hetzelfde zijn als die van hem en dat ik een eigen stijl en karakter heb. Kortom, ik ben daar niet de geschikte persoon voor en zal daardoor er niet ongeschonden van uit komen. 48 uur later vertelde Dhr Hammedi mij dat de koning geen bezwaar had tegen mijn voorwaarden.

Hij wilde slechts dat ik rapporten schreef over het onderwijssysteem in Marokko telkens wanneer hij daar behoefte aan heeft.” Enkele jaren later kwam Dhr. Bensouda langs om mij te vertellen dat ik gekozen werd als directeur van het Koninklijke Kabinet. Ik liet hem weten dat als de koning een traditionele opvoeding voor zijn kinderen wilde, ik daar niet de geschikte persoon voor ben. De koning is vrij om de leraren zelf te kiezen maar ik wil de verantwoordelijkheid met niemand delen. Daarnaast wil ik me niet door de koninklijke protocollen binnen het Paleis laten beperken. Ik wil alleen en vrij kunnen werken. Ook deze keer heeft de koning mijn voorwaarden aanvaard. Veel mensen die mij goed kennen zullen dit bevestigen. Integriteit was mijn wapen geweest. Veel waarnemers denken dat de oprichting van het IRCAM bijdraagt aan de officiële erkenning van Tamazight.

Tegelijkertijd heeft het instituut de integratie van de taal in het Marokkaanse systeem vertraagd. Wat stoort u het meest, het trage tempo van de administratie of het ongeduld van de militanten?
Beide. Maar ik praat liever over de administratie van de Maghzen. Het pan-Arabisme is via deze administratie ons land binnengekomen. Een gedicht uit 1986 gepubliceerd in Ittihad (Marokkaanse krant) zegt het zo: “Wij hebben van Arabisme onze nieuwe religie gemaakt”. Sporen van deze ideologie zijn nog in de geest te vinden van veel ambtenaren in dit land zoals inspecteurs, functionarissen van de burgerlijke stand en andere leden van de lokale overheid. Stelt u zich voor, een Marokkaan kan zijn zoon een naam geven als “Azz El Arab” (De trots van de Arabieren). Een Amazigh kan hetzelfde niet doen. Zijn naam “Aburz Imazighen” (De trots van Imazighen) wordt geweigerd. Het is amusant en dramatisch tegelijk. Wat betreft het ongeduld van de Berber militanten, ik denk dat de jongeren meer ongeduldig zijn omdat ze de Jaren van Lood (2) niet hebben meegemaakt.

Het is trouwens wel interessant om te weten dat het IRCAM, een klein instituut zonder veel macht, haar werk rustig blijft doen. Het staat op het punt om Tamazight te standaardiseren. Ter vergelijking even dit: de Arabische taal is niet gestandaardiseerd. Als een leerling een gewoon woordenboek, zoals “Petit Robert” (Frans woordenboek) voor modern Arabisch wil raadplegen dan kan hij het gewoon niet vinden. Dat bestaat namelijk niet.

Was de keuze voor Tifinagh om Tamazight te schrijven wel verstandig? Of was het een diplomatieke keuze in overleg met het Paleis om de Islamisten zoet te houden?
De keuze voor Tifinagh is uit pedagogische overwegingen gemaakt. In die tijd heb ik een lezing van twee uur hierover gegeven. Het heeft de voorstanders van het Latijnse schrift niet kunnen overtuigen. Ze hebben later hun mening veranderd. Het bewijs dat de gemaakte keuze niet verkeerd was.

Aller eerste, Tifinagh wordt van links naar rechts geschreven, net als het Latijnse schrift. Dit in tegenstelling tot het Arabisch dat van rechts naar links wordt geschreven. Wij hoeven dus de toetsborden niet om te draaien. Bovendien zijn we af van onnodige complicaties zoals de problemen bij het weergeven van algebraïsche verhandelingen. Het is overigens waar dat het Hebreeuws, net als het Arabisch, ook van rechts naar links wordt geschreven. Maar toen ik dit probleem aan Israëlische specialisten heb voorgelegd hebben ze mij verzekerd dat de echte werktaal voor hen het Engels was en niet het Hebreeuws. Hetzelfde geldt voor de Japanners.

Met uitzondering van de Arabieren is iedereen bezig de eigen taal te koppelen aan het universeel gestandaardiseerd  systeem van moderne talen. Dat is uiteindelijk de weg die Tifinagh moet volgen om de Amazigh identiteit te doen ontplooien. Ik zou bijvoorbeeld aan elke willekeurige leraar vragen om voor zijn leerlingen drie teksten in de drie verschillende systemen te schrijven: Tifinagh, Arabisch en Latijns. De leerling zal snel begrijpen hoe de Westerlingen hun taal schrijven, hoe de Arabieren dat doen en hoe Imazighen, zijn eigen volk, het doen. Zonder deze verschillen tussen de systemen zullen de kinderen hun eigen schrift niet herkennen. Daarnaast moeten wij ook niet vergeten dat het Tifinagh ouder is dan het Fenicisch. Dat heeft een emotionele waarde.

Uw Manifest uit 2000 stelt voor om onze geschiedenis opnieuw te lezen. Waarom denkt u dat de Staat hier geen haast mee heeft?
Het feit dat de Socialisten nu verantwoordelijk zijn voor het onderwijs kan deze zaak verhaasten?Van alle politieke actors in het land zijn de Maghzen en de islamisten het meest bang hiervoor. In het Manifest lezen ze dat Moulay Ismael (3) een nieuwe fase van geweld had geopend. Veel hovelingen van het Paleis gingen naar de koning om bij hem te klagen over wat er in het Manifest staat: “Kijk uit voor die mensen. Zie hier wat ze over onze voorouders schrijven!”

De islamisten op hun beurt, waaronder ook de theologen die aan de touwtjes trekken en de fundamentalisten in dienst van de overheid, propageren de “vreedzame” aankomst van de eerste Moslims in Noord Afrika. Ze noemen het “futuhat islamiyya” (Islamitische veroveringen). Daarbij verzwijgen ze historische feiten zoals de nederlaag van het Arabische leger van 700.000 “nobele mannen” die door de autochtone Berbers in de pan werd gehakt. Wat betreft de USFP (4), die vandaag aan de macht is, wij moeten niet vergeten dat hun ideologen al in 1970 samen met Istiqlal (5) het manifest hebben ondertekend om de totale arabisering van de school en dus van het volk aan te kondigen. Dat hebben ze gedaan om zogenaamd de taal van de kolonisator (het Frans) uit te banen.Dit neemt ons naar het onderwerp over het failliet van de Marokkaanse school.

Wie zijn volgens u verantwoordelijk hiervoor? De nationalistische politieke partijen of Hassan II?
De hele politieke klasse is hier verantwoordelijk voor. Maar we moeten ook nuanceren. Demagogie was vooral afkomstig uit de twee grote partijen: Istiqlal en USFP. Tegenover hen stond Hassan II. Maar hij was machteloos. Hij kon hen het hoofd niet bieden en Mohamed Benhima groen licht geven om zijn hervormingen van het onderwijs door te voeren. Wij hadden toestemming van Benhima gekregen om aan de slag te gaan. Wij hadden toen een meerjarig plan opgesteld die van 18 tot 30 jaar zou lopen. Wij waren van plan om een puur Marokkaans onderwijs van de grond te krijgen. Het zou tweetalig onderwijs zijn met uitsluitend Marokkaans kader en Marokkaans programma. Het had zelfs op een intelligente arabisering van het onderwijs kunnen uitmonden mits andere Arabieren zich op dezelfde golflengte bevonden.

Ondertussen had Ahmed Reda Guedira, voormalig Minister, het Ministerie van onderwijs in een deplorabele staat achtergelaten. Hij ging met studenten van de vakbond onderhandelen en heeft al hun eisen ingewilligd. Vervolgens nam hij de benen en liet chaos achter. De koning belde mij op en zei: “Si Chafik, u heeft een maand tijd. U gaat naar het bureau van de Minister en maakt voor ons een rapport”. Toen ik secretaris-generaal werd heb ik direct aangekondigd dat ik een puur Marokkaans onderwijs wilde.

Ik heb CPR’s (6) in het leven geroepen die later aan idioten werden overgedragen om die te runnen. Ik zeg wel idioten want dat waren het. Maar over het algemeen dachten zowel Hassan II als de politieke partijen alleen aan het behoud van hun macht. Het welzijn van volk en vaderland interesseerde hen niet veel. De Marokkaanse school werd opgeofferd omwille van hun machtspolitiek. En u heeft het opgegeven om voor een echt Marokkaanse school te vechten …Ik wist dat ik zou verliezen. De omstandigheden in die tijd waren niet ideaal. Mensen waren nog niet rijp om in te zien dat de school in dienst moet zijn van het welzijn van de samenleving en niet andersom. Onze samenleving heeft te lang “de koranschool” belangrijk gevonden.

De Fransen hebben hun taal op een oppervlakkige manier in het Marokkaanse onderwijs geïntroduceerd. Voor de meeste nationalisten zou de onafhankelijkheid van het land een terugkeer betekenen naar de situatie van voor het protectoraat. Er was geen ander ideaalbeeld van de toekomst om voor te vechten. Vandaag weten we dat de “koranschool” haar limiet heeft bereikt. Het failliet van het economische en politieke systeem in ons land zijn daar het bewijs van. Ja, maar de COSEF (7) doet nog moeite om de hervormingen door te voeren. Wie heeft hier schuld aan? De Staat, de experts of de leraren? Niemand. Men kan de mentaliteit niet snel veranderen door wetten uit te vaardigen. Daar zijn tiental jaren van rijpheid van de geest voor nodig.

De Duitsers hebben in 1948 een hervormingsplan voor het onderwijs opgesteld. Het werd pas in 1960 werkelijk uitgevoerd. Men kan de hervorming van de school niet zomaar improviseren. Speciaal om deze reden moet men eerst sociologisch, historisch en economisch onderzoek doen. Weet u, mensen zijn niet altijd vatbaar voor de rede ook al is één van de doelstelling van de school mensen redelijk op te voeden. Er is veel tijd en bekwaamheid nodig om de school te hervormen. Wij zijn nog ver verwijderd van dat ideaal.

In de laatste tijd is er een rel ontstaan over een aantal onderwijsinspecteurs die het afschaffen van het onderwijs van het vak “islamitische opvoeding” eisen. Denkt u dat het de juiste manier is om de school neutraler te maken?
Laten we reëel blijven. Denkt u dat de mensen, de Staat en de politieke partijen het zouden accepteren? Afschaffen van de “islamitische opvoeding” als vak op school zal zeker voordelen hebben. Maar, het gaat hier niet alleen over religieus onderwijs. Het hele onderwijssysteem staat ter discussie. Men moet er voor zorgen dat de leraar zijn vak uitoefent zonder misbruik van de school te maken om zijn eigen morele autoriteit op te leggen. Een leraar, net als een arts of een rechter, staat tegenover mensen die erg kwetsbaar zijn. De leraar moet leren om juist te handelen en de kwetsbaarheid van de leerlingen niet uit te buiten. Abdeslam Yassine is een islamitische mysticus die van de onwetendheid van het volk profiteert. U had met hem te maken toen hij inspecteur was. Ook heeft u politieke discussies met hem gevoerd. Denk u dat na zijn dood zijn beweging onveranderd voort zal bestaan?Ik denk het niet. Ik weet ook niet of er mensen zijn in zijn beweging die zijn erfgenamen zullen worden.

Een ding is zeker, niemand kan zijn aura erven. Ik kan me vergissen, maar de beweging “Al Adl wa Al Ihssan” (8) is een beweging die zwaar leunt op de persoonlijkheid van Yassine. Wij moeten weten dat deze man, die ik zeer respecteer, een traditioneel onderwijs heeft genoten voordat hij zich open heeft gesteld voor vreemde talen. Toen we in Amerika waren was hij de meest Anglofiel van ons allemaal. Maar op een gegeven moment, toen we de leraren gingen vormen, werd hij door zijn traditionele vorming ingehaald. Hij gaf me toe dat hij wanhopig was, dat hij een “goeroe” zocht om hem de weg aan te wijzen. Hij had op een gegeven moment een visioen waarin hij een man in een moskee ontmoette die hem naar Sidi Abbés (een mysticus in Marokko, red.) heeft geleid. Toen deze Cheikh van Madagh stierf, vertelde hij me dat hij zijn testament in een aardepot heeft gestopt en begraven. Ik antwoordde hem dat de Cheikh zijn eigen zoon als opvolger zou aanwijzen. Yassine werd er zo ontzet van dat hij er melding van heeft gemaakt in zijn brief “Islam ou le déluge” (Islam of de zondvloed). Dat is ongeveer het vertrekpunt geweest voor Yassine en zijn beweging.

U verdedigt de scheiding tussen politiek en religie. Denkt u dat de Marokkaanse Staat kan moderniseren zonder haar religieus karakter te verliezen?
Moderniteit is één geheel. Het gaat niet alleen om de techniek die wij importeren. Het gaat ook om bepaalde normen zoals rationalisme, vakbekwaamheid en historisch bewustzijn. Toch ben ik geen laïsict. Voor mij, islam predikt in wezen de scheiding tussen religie en politiek. Wij moeten alleen weten hoe wij hiermee om moeten gaan. Veel studierichtingen binnen de islam worden verwaarloosd of overschaduwd door eenzijdige theologische aspecten. Dat doen sommige islamisten doelbewust. Ze weigeren mensen uit te leggen waar het voor staat. Neem dit citaat uit de Koran als voorbeeld in de politiek: wat betekent de tekst “Wa amruhum shura bayna hum” (De onderdanen zullen onderling in overleg treden)?

De Oelemas (schriftgeleerden) zwijgen hier over. islam heeft hier naar mijn mening de weg aangeduid naar democratie. Er staat verder in de laatste onthulde verzen van de Koran duidelijk: “La ikraha fi ad-din” (Er is geen dwang bij het beoefenen van godsdienstige plichten). Ook dit is een aanduiding voor de vrijheid van het individuele geweten. Een ander voorbeeld: de Koran schrijft dat Mohammed de laatste profeet is en dat de Oelemas de erfgenamen zijn van de profeten. Dit wil naar mijn mening zeggen dat men beroep moet doen op de reden als middel voor het oplossen van problemen in plaats van het overnemen van de tradities zonder die te toetsen. Het probleem blijft over: hoe maken wij duidelijk aan de mensen dat de erfgenamen van de profeten niet alleen religieus schriftgeleerden hoeven te zijn maar ook andere geleerden die veel meer weten op andere vakgebieden dan religie? Onze overgang naar de moderniteit hangt af van het oplossen van dit soort problemen.

Interview eerder gepubliceerd in Tel Quel Magazine.
Nederlandse vertaling: Redactie.


Biografie:
1926: geboren in Aït Sadden (Middel Atlas).
– 1955: inspecteur basisonderwijs (gediplomeerd in Geschiedenis, Klassiek Arabisch en Berbers).
– 1968: hoofdverantwoordelijk voor het “Cabinet Royal”.
– 1972: publicatie eerst boek “Pensée sous developpées” (Onderontwikkelde gedachten).
– 1976: Directeur Generaal “Collège Royale”.
– 1980: lid van “Academie du Royaume du Maroc”.
– 1987: publicatie “Overzicht 33 eeuwen van de geschiedenis van de Berbers”.
– 2000: voltooiing woordenboek Arabisch-Berbers.
– 2001: benoemd tot eerste rector IRCAM, Koninklijk Instituut voor het Berbers.
– 2002: winnaar Grote Prins Clausfondsprijs voor Cultuur en Ontwikkeling.

Noten:
1. IRCAM: afkorting van Koninklijk Instituut voor het Berbers, opgericht in 2000.
2. De jaren van lood: vertaling van “Les années de Plomb”, de repressieve regeerperiode van Hassan II tussen 1961 en 1990.
3. Moulay Ismael: sultan van Marokko, heeft tussen 1672 en 1727 geregeerd. Hij stond bekend als een wrede man.
4. USFP: afkorting van “Union Socialiste des Forces Populaires”, socialistische partij, ontstaan eind jaren 50 van de vorige eeuw.
5. Istiqlal: betekent “onafhankelijkheid”, arabisch nationalistische politieke formatie ontstaan in de jaren 40 van de vorige eeuw.
6. CPR: commissie ter ondersteuning van de hervorming van het onderwijs.
7. COSEF: afkorting van “Charte nationale d’Education et de Formation”, (Nationaal Verdrag voor Onderwijs en Vorming”), nieuw orgaan opgericht om het onderwijs te hervormen.
8. Al Adl wa Al Ihsan: staat voor “Rechtvaardigheid en Liefdadigheid”, niet erkende religieus-politieke groepering in Marokko.



About

H. Amouch, webredacteur met passie voor reizen en sport. Ook jouw bijdrage op deze website? Laat het ons weten via admin (at) souss punt org.


'Gesprek met Mohamed Chafik' has no comments

Reageer op dit artikel

sommige auteursrechten voorbehouden (cc) souss.nl - souss.org 2005 - 2017